Het boek Genesis

(Lees eerst deel 1 van "Het boek Genesis")

Het boek Genesis - De 'Volkenlijst'
De verspreiding van de mensheid, zoals beschreven in het boek Genesis, leidde tot culturele en lichamelijke verschillen tussen de bevolkingsgroepen. Bepaalde lichamelijke kenmerken bleven behouden wanneer dit door de omgevingsfactoren werd ingegeven. Geleidelijk werden er verbanden gelegd tussen de opvallendste lichamelijke kenmerken van de bevolkingsgroepen en hun taalgroep of "ras". Maar feitelijk is er maar één ras: het menselijke ras. "Rassen" zijn niets meer dan combinaties van reeds bestaande genen (met kleine degenererende mutaties).

Hoofdstuk 10 van het boek Genesis staat algemeen bekend als de "Volkenlijst". Deze lijst beschrijft 70 volken die van Noach afstammen, via zijn drie zonen, en vanuit Babel werden uiteengeslagen. Hiervan zijn 26 volken nakomelingen van Shem, 30 volken zijn nakomelingen van Ham en 14 volken zijn nakomelingen van Japeth.

Het boek Genesis - Het Joodse volk
Het boek Genesis beschrijft de geboorte van Israël, het volk dat door God gekozen werd om zijn Zoon, Jezus Christus, ter wereld te brengen. Israël begon toen één enkele man gehoor gaf aan Gods roeping om zijn thuisland te verlaten en Hem te volgen. Deze man was Abram (die later van God de nieuwe naam "Abraham" kreeg, wat "vader van de menigte" betekent). In het boek Hebreeën lezen we: "Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen. Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was..." (Hebreeën 11:8-9).

God beloofde Abraham een zoon van zijn onvruchtbare vrouw Sarai (die later van God de nieuwe naam "Sara" kreeg, wat "prinses" betekent), al was zij al veel te oud om nog kinderen te krijgen. God kwam Zijn belofte na en Sara had een zoon, "Isaak" (wat "gelach" betekent, omdat Sara lachte over de gedachte dat ze op zo';n hoge leeftijd een kind zou krijgen). God beloofde Abraham dat hij via Isaak de voorvader van een groot volk zou worden... maar toen beval God hem om Isaak te offeren! "Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal’" (Genesis 22:1-2). Abraham gehoorzaamde God. Hij vertrouwde er nog steeds op dat God Zijn belofte zou nakomen en dat hij - hoe dan ook - via Isaak de vader van een groot volk zou worden. In het boek Hebreeën lezen we: "Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen. Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren. Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding" (Hebreeën 11:17-19). Wat een sterk geloof! En al was Abraham een zondaar (net als alle andere mensen), toch werd zijn vertrouwen "hem toegerekend als een daad van gerechtigheid" (Romeinen 4:9). Abraham werd door God gerechtvaardigd omdat hij in Zijn beloften geloofde. "Want wat zegt de Schrift? ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend’" (Romeinen 4:3).

Door zijn vertrouwen "pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden’" (Genesis 22:10-12). Vanwege Abrahams gehoorzaamheid om alles aan God toe te vertrouwen, zelfs zijn geliefde zoon, beloofde God Abraham het volgende: "Ik zweer bij mijzelf – spreekt de HEER: Omdat je dit hebt gedaan, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd" (Genesis 22:16-18).

Het gevolg was dat Abraham zijn zoon Isaak niet verloor. Isaak had vervolgens zelf een zoon, Jakob genaamd. Jakob werd later door God omgedoopt tot "Israël", wat betekent "hij die met God worstelde". Jakob had twaalf zonen; de voorvaders van de twaalf stammen van Israël. Isaak, Jakob, Jakobs twaalf zonen en al hun nakomelingen waren zondaars, net als jij en ik. De Bijbel vertelt ons over de goede en slechte daden van deze mensen. Maar toch was God trouw. Hij kwam Zijn belofte na. Via Abraham en het Joodse volk bracht God Zijn geliefde Zoon ter wereld om te boeten voor de zonden van de hele mensheid.

Lees nu deel 6 van "Het boek Genesis"!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen