Alles Over De Schepping Zonsondergang over groen veld - Alles Over De Schepping Banier

Creationisme en fossielen

(Read Creationisme en fossielen, Part 1 First)

Creationisme en fossielen - Heden, toekomst en onze God
Wie de zojuist beschreven wereld wil identificeren met de goede schepping moet ingrijpende visieveranderingen voor lief nemen. Het beeld van het verleden moet op de helling, van het paradijs, het beeld van wat goed is, maar ook het beeld van het heden, van de toekomst, van God zelf.

Want ook ons beeld van het heden verandert: is deze natuur, onze huidige aarde, een schepping onder de vloek, onderworpen aan de vruchteloosheid, - òf is dit de ‘goede schepping’, zoals oorspronkelijk door God bedoeld, zeer goed geschapen? Het maakt nogal verschil. Bij grote natuurrampen wordt door velen bijvoorbeeld gevraagd: hoe kan God dit toelaten? Zeg je dan: ‘dit hoort allemaal bij de goede schepping, hier zie je Gods grootheid en goedheid’, óf zie je het als een gevolg van de zondeval? Als er diersoorten uitsterven, zeg je dan: ja, dat was tijdens de schepping ook al zo? Of doet het je pijn omdat er weer een stukje van Gods mooie schepping verloren is gegaan?

Ook ons beeld van wie God is verandert daarmee. Hoe leren we hier God kennen? Wat noemt Hij ‘zeer goed’? In feite is Hij hier de veroorzaker van het kwaad in de natuur en in de dierenwereld. Terwijl Hij toch van Zichzelf zegt dat Hij bewogen is met het lot van de dieren (Jona 4:11)? Hij zegt: ‘Zou Ik dan geen verdriet hebben over …..al de dieren’ die zouden omkomen als Ninevé verwoest zou worden?

En hoe zal onze toekomst zijn? Wanneer Hij de wereld gaat herstellen, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde brengt, wat is daar ‘goed’? Het gaat hier om grote theologische vragen.


Creationisme en fossielen - De ouderdom van de mensheid
Een ander probleem is het volgende: volgens de standaardgeologie ontstonden de eerste mensen zo’n 500.000 jaar geleden. Wie van de gangbare geologische dateringen uitgaat, moet dus niet alleen de scheppingsdagen oprekken, maar ook de periode na het verschijnen van de mens. Wanneer we de leeftijden in de geslachtsregisters van Genesis 5 en Genesis 11 optellen, zou de schepping zo’n 6000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Nu kan men de mogelijkheid open laten dat hier alleen de belangrijkste aartsvaders genoemd worden en er daartussen nog anderen geleefd hebben. De aarde zou dan zo’n 10.000, hooguit 15.000 jaar oud kunnen zijn. Maar hoe moeten we de geslachtsregisters lezen om uit te komen bij een half miljoen jaar? Hiervoor moeten ze wel ongeloofwaardig ver opgerekt worden!


Creationisme en fossielen - De zondvloed
Het volgende probleem bij de opvatting van de lange scheppingsperiodes betreft de zondvloed. Volgens de gangbare wetenschap zijn er helemaal bovenin het archief van de aardlagen, na het verschijnen van de mens, geen sporen van een wereldomvattende overstromingsramp te zien. Dat is in tweeërlei opzicht vreemd. Allereerst is het vreemd om de zondvloed voor te stellen als een rustig kabbelend gebeuren zonder geologische gevolgen. Dit beeld past totaal niet bij wat de Bijbel ons over de zondvloed vertelt: de sluizen van de hemel werden geopend, de fonteinen van de waterdiepte braken open, de bergen werden bedekt met water. Een ongelooflijk natuurgeweld! Was de zondvloed dan misschien een plaatselijke overstromingsramp? In dat geval zou de redding van de dieren in de ark zinloos geweest zijn. En wanneer de mensheid al minstens 200.000 jaar bestond, mogen we rustig aannemen dat ze zich over de hele wereld verspreid had. Dan zou een regionale vloed beslist niet alle zondige mensen op de hele aarde hebben vernietigd, zoals God voornemens was (Genesis 6:13; 7:21,23). Bovendien zou Gods belofte nooit weer een dergelijke vloed te geven talloze malen verbroken zijn. Rampzalige regionale overstromingen zijn er na de zondvloed veelvuldig geweest. Zie je dus de scheppingsdagen als perioden waarin de fossielhoudende aardlagen gevormd zijn, dan ontkom je er niet aan het Bijbelse relaas van de zondvloed te minimaliseren. Dit is ook strijdig met 2 Petrus 3:5-7, waar gesproken wordt over de dag des oordeels, die Petrus vergelijkt met het zondvloedverhaal. Petrus spreekt er in wereldomvattende termen over dat “de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld”.

In de tweede plaats is het vreemd om de fossielhoudende aardlagen in verband te brengen met lange scheppingsperioden en niet met de zondvloed. Want het meest kenmerkende van de onderste formaties van deze aardlagen is dat ze juist het beeld oproepen van wereldwijde overstromingscatastrofes. De continenten zijn bedekt met dikke pakketten zand, kalk en klei, die vanuit de diepzee in geweldige modderlawines over de landmassa’s zijn afgezet. Juist deze onderste aardlagen vertonen dus de kenmerken van allesvernietigende wereldwijde overstromingen zoals je die van de zondvloed zou kunnen verwachten.


Creationisme en fossielen - De historiciteit van de zondeval
Tot dusver werden alleen problemen genoemd die samenhangen met de veronderstelde ouderdom van de aardlagen. Echter, christenwetenschappers die uitgaan van lange scheppingsperioden aanvaarden doorgaans ook de evolutietheorie.1 Men pleit dan voor een ‘theïstische’ evolutie, een evolutie die door God geleid werd. Darwin heeft echter al laten zien dat moordende concurrentie, uitstervingen en onnoemelijk lijden integrale onderdelen van de macro-evolutie zijn. Het grootste probleem betreft dan natuurlijk de schepping, oftewel evolutie, van de mens. Zijn wij mensen geëvolueerd uit aapachtige voorouders, met hun dierlijke instincten? Door geleidelijke overgangen daaruit ontstaan? Dan waren er dus niet twee eerste mensen, Adam en Eva, geschapen naar Gods beeld, maar waren er groepen tussenvormen.2 Dan zijn we ook niet geschapen als zondeloze mensen, gevormd naar Gods beeld. Zo wordt God zelf de oorzaak, niet alleen van de dood en het lijden, zie boven, maar óók van het kwaad en de zonde. Dan heeft God de mens ‘alzo slecht en verkeerd geschapen’ dat hij niet anders kón dan zondigen. Creëer je zo niet een God die onze aanbidding niet waard is? Daarmee vervallen bij een theïstische evolutie ook de unieke gevolgen van de zondeval uit Genesis 3:14–20. En tevens komen de beschouwingen van Paulus over de vervallen staat van de natuur als gevolg van de zondeval in Romeinen 8:20–22 in de lucht te hangen en verliest de vergelijking van Paulus van de eerste en de tweede Adam in Romeinen 5:12–19 zijn betekenis. Kortom, bij theïstische evolutie begint het hele bouwwerk van de christelijke theologie te schuiven en stort het als een kaartenhuis in elkaar.


Creationisme en fossielen - De scheppingsdag
Valt er, nu al deze probleemvelden zijn besproken, ook meer te zeggen over de lengte van de scheppingsdagen? Mijns inziens moeten we deze opvatten als ‘gewone’ dagen.

De ‘dag’ staat in Genesis 1 nauwkeurig omschreven. Ze wordt getypeerd door de afwisseling van licht, de dag, en het donker, de nacht.3 Waartussen een avond en een morgen: dit is een ‘gewone’ dag, zoals we die allemaal kennen. Dit wordt nog benadrukt door het gebruik van telwoorden. Bij perioden van onbepaalde lengte zijn die niet zinvol. Perioden kunnen ook door andere Hebreeuwse woorden weergegeven worden. Namelijk het meervoud van ‘dagen’ (‘in die dagen’), of olam of qedem. Een geologische periode kan echter moeilijk zo omschreven worden: eeuwen van licht, gevolgd door eeuwen van donker, planten en dieren zouden dat niet overleven! Was deze ‘gewone’ dag dus een dag van ’24 uur’? Deze vraag is niet zinvol: het hangt er van af hoe een uur gedefinieerd wordt.4 Van belang is dat, hoe de tijd ook gedefinieerd wordt, nooit de tijdperken mogelijk zijn die de gevestigde wetenschap claimt.

Er is dus in de tekst geen aanleiding om aan perioden te denken. Integendeel. Het strijdt met de bedoeling van Genesis . God wil ons daar duidelijk maken dat Hij het is die deze wereld, deze ons bekende werkelijkheid, geschapen heeft. Zie je die lucht boven je? Dat land waarop je staat, die dieren rondom je, het groen van planten en bomen: dat alles heb Ik geschapen. Net als het licht dat je om je heen ziet, de dag, het donker daarna, de nacht.

Nu was er in de eerste drie dagen geen zon. Kunnen hier dan wel gewone dagen bedoeld worden? Ja, dat kan, omdat niet de zon als kenmerk van de dag genoemd wordt, maar het licht en donker. Er worden geen andere woorden gebruikt dan voor de andere dagen. Dus kan de exegetische regel gevolgd worden dat we vanuit het bekende, het duidelijke, het onduidelijke uitleggen. Mijns inziens is er exegetisch alle reden voor om de scheppingsdagen als gewone dagen op te vatten.


Creationisme en fossielen - Conclusie
Mijn conclusie is als volgt: de idee van lange scheppingsperioden waarin zich de geologische geschiedenis heeft afgespeeld levert grote exegetische en theologische problemen op. Het gaat daarbij om veel méér dan de lengte van de scheppingsdagen alleen. We kunnen dus niet blijven steken in een houding van “nou ja, zes dagen of zes millennia, wat is tijd?” Het beeld van wat God goed noemt is ermee gemoeid. En daarmee ook ons beeld van de goede schepping, van wat normaal is in het heden en wat we mogen verwachten van de toekomst. Het gaat om de historiciteit van het paradijs, van de zondeval en haar gevolgen. Puur op Bijbelse gronden moeten we dit idee van lange scheppingsperioden daarom verwerpen.

Deze conclusie heeft twee consequenties. De eerste is dat de fossieldragende aardlagen niet uit de tijd van de schepping stammen. Daarmee vervalt de noodzaak om de scheppingsdagen als perioden te zien We kunnen de dagen in Genesis 1 gewoon lezen zoals die zich in de tekst aan ons voordoen: als gewone dagen van om en nabij 24 uur. De tweede consequentie is dat de ontwikkeling van de aarde waarvan de fossieldragende aardlagen spreken na de zondeval plaatsgevonden moet hebben.

Bovengenoemde consequenties leveren vragen op met betrekking tot de wetenschap en de geologische tijdschaal. Daarover zal een derde artikel over creationisme en wetenschap gaan. Maar eerst wil ik in een tweede artikel nader ingaan op het standpunt van een jonge schepping. Hoe was dat: een ‘goede’ schepping? Is het eigenlijk niet wat naïef, te menen dat er vóór de zondeval geen roofdieren, geen dood, geen lijden waren?


Leer meer over creationisme en de zondeval!

[1] Een andere opvatting is die van het progressief creationisme, d.w.z. dat de volgorde van de fossielen in de aardlagen opeenvolgende scheppingswerelden voorstellen die God achtereenvolgens heeft geschapen en na grote tussenpozen ook weer heeft laten verdwijnen.

[2] Sommigen willen wel over Adam en Eva blijven spreken. Volgens hen heeft God uit de grote groep mensen die reeds duizenden jaren de aarde bevolkte, Adam en Eva apart gezet in de Hof van Eden. Vervolgens schiep Hij hen tot zijn evenbeeld.

[3] Sommigen spreken voorzichtigheidshalve over ‘werkdagen Gods’ (o.a. prof H. Bavinck). J.D. van Loon vraagt zich af of Gods definitie van de dag verankerd is in een menselijke waarneming van de tijd (De Reformatie jaargang 84 nr 47, 10 sept. 2009). Of er wordt gezegd: het scheppen van God gaat ons verstand te boven, daarom kunnen we niets over de dagen zeggen. Uiteraard geldt dit wel voor Gods scheppend werken, maar het gaat niet op voor het resultaat daarvan. Het gaat niet over onbegrijpelijke planten of sterren, evenmin over een voor ons onbegrijpelijke dag.

[4] Is het de indeling van een etmaal, een omwenteling van de aarde, in 24 delen? Heeft de aarde altijd even snel om zijn as gedraaid? Is het een absolute maat, bepaald door de atoomklok? Liep de atoomklok altijd even snel?

Copyright © 2002-2021 AllAboutCreation.org, Alle rechten voorbehouden