Bewijs voor evolutie

(Lees eerst deel 1 van "Bewijs voor evolutie")

Bewijs voor evolutie - Het Stanley-Miller experiment
Uitleg: In het Stanley-Miller "vonk en soep" experiment werden aminozuren geproduceerd, de bouwstenen van het leven. Was dit bewijs voor de spontane generatie van leven uit anorganische materie "op een natuurlijke en willekeurige manier" in een laboratorium?

Kritiek: Nee! Millers experiment had drie grote problemen. Hij begon met de verkeerde grondstoffen, gebruikte de verkeerde randvoorwaarden en verkreeg de verkeerde resultaten! (Mark Eastman, M.D., "Creation by Design", oftewel: "De ontworpen schepping", 1996, pp. 15-19.). De waarheid is dat het DNA-molecuul zó complex is dat zelfs de biochemici van vandaag de dag met de biochemische kennis van vandaag de dag (onder de vermeende omstandigheden op de vroege aarde) niet eens de benodigde eiwitten kunnen voortbrengen. Bovendien is de genetische code in het DNA-molecuul een digitaal, foutencorrigerend informatiesysteem met een eigen ingebouwde taalconventie! De informatiewetenschap heeft bewezen dat dergelijke taalconventies en informatiesystemen alleen voortgebracht kunnen worden door een intelligente ontwerper. (Mark Eastman, M.D., Chuck Missler, "The Creator Beyond Time and Space", oftewel "De Schepper buiten tijd en ruimte", 1996, pp. 83-102.) Het geloof dat het leven op aarde het resultaat kan zijn van willekeurig toeval (zoals voorgesteld door de Darwinistische evolutieleer) gaat lijnrecht in tegen de moderne empirische wetenschap.

Bewijs voor evolutie - De peper-en-zoutvlinder
Uitleg: Foto's van zogenaamde "peper- en zoutvlinders", die op een natuurlijke manier schutkleuren ontwikkelen wanneer zij op boomstammen rusten, zijn bewijs voor natuurlijke selectie.

Kritiek: Biologen weten al sinds de jaren '80 dat de peper- en zoutvlinders normaal gesproken niet eens op boomstammen rusten. De foto's in de tekstboeken werden in elkaar geknutseld door dode vlinders op de boomstammen te plakken. (Jonathan Wells, Ph.D., "Second Thoughts about Peppered Moths", oftewel: "Een tweede opinie over de peper- en zoutvlinders", 1999: http://www.arn.org/docs/wells/jw_pepmoth.htm.)

Bewijs voor evolutie - Genetische mutaties
Uitleg: Men heeft aangetoond dat genetische mutaties variaties binnen soorten kunnen veroorzaken.

Kritiek: Genetische mutaties resulteren in een netto verlies aan genetische informatie. Er is geen naturalistische bron voor genetische informatie (noch bestaat er een naturalistische bron voor het bestaan van informatie). Reeds bestaande genetische informatie wordt door genetische mutaties alleen maar vervormd; genetische mutaties volgen een neerwaartse trend. Bijna iedereen is het er bijvoorbeeld over eens dat wolven, coyotes, dingo's, jakhalzen, vossen en de honderden tamme hondensoorten waarschijnlijk allemaal van één oorspronkelijk hondachtig paar afstammen. Dit wordt "variatie binnen een soort" genoemd. Het is dus géén voortgaande evolutie van eenvoud naar complexiteit zoals door Darwins evolutietheorie wordt voorgesteld. De variaties treden altijd op in een neerwaartse trend die begrensd wordt door de genetische code (aan honden zullen bijvoorbeeld nooit vleugels groeien). Er wordt dus geen nieuwe genetische informatie toegevoegd; genetische informatie gaat juist verloren. Het oorspronkelijke paar "honden" bezat reeds alle potentiële karakteristieken van hun verscheidene nakomelingen, terwijl hun nakomelingen zelf aan potentieel hebben verloren.

Bewijs voor evolutie - Rudimentaire organen
Uitleg: Er zijn lichaamsdelen die beschouwd worden als nutteloze overblijfsels van een voorgaande evolutionaire ontwikkeling, zogenaamde "rudimentaire" organen.

Kritiek: In 1895 stelde Robert Wiedersheim een lijst op van 180 vermeende rudimentaire organen. Deze lijst bevatte onder meer de amandelen, het staartbeen, lichaamshaar en het membraan dat gebruikt wordt bij het knipperen van het oog. Sinds de samenstelling van Wiedersheims lijst aan het einde van de 19e eeuw hebben we belangrijke biologische functies ontdekt voor elk van deze rudimentaire organen. Roy Hartenstein zegt het volgende over de menselijke blinde darm: "De blinde darm, die lange tijd gezien werd als een rudimentair orgaan zonder functie in het menselijke lichaam, wordt nu gezien als een van de locaties waar de immuunreactie in gang worden gezet" (Grolier Encyclopedie, 1998). Er kunnen zich omstandigheden voordoen waarin het beter is om de blinde darm te verwijderen, maar desondanks is dit orgaan geen nutteloos rudimentair overblijfsel uit ons evolutionaire verleden. Dr. Walt Brown schrijft over rudimentaire organen in het algemeen: "Het bestaan van menselijke organen met ons onbekende functies impliceert niet dat deze overblijfselen zijn van organen die we van onze evolutionaire voorouders hebben geërfd. Dankzij onze toegenomen medische kennis zijn op zijn minst enkele functies van al deze organen ontdekt." (Walt Brown, "In the Beginning", oftewel "In het begin", 2001, p. 9.)

Naast deze menselijke rudimentaire organen zijn de voorbeelden van dierlijke rudimentaire organen in de tekstboeken uiterst misleidend. Neem het "bekken" van de walvis bijvoorbeeld. Men vertelt de scholieren bijvoorbeeld niet dat het walvisbekken noodzakelijk is voor spieraanhechtingen en dat de walvis zich zonder deze spieren niet zou kunnen voortplanten.

Bewijs voor evolutie - Waar is het?
Waar is dan het zogenaamde bewijs voor evolutie? Niet in de biologieboeken op de openbare scholen! Bestaat er dan geen goed bewijs voor de theorie? Waarom moeten we macro-evolutie zien als iets dat "lang geleden en ver weg" plaatsvond? Waren ongeleide natuurlijke processen werkelijk in staat om de complexe structuren voort te brengen die in levende cellen worden aangetroffen? Kunnen we de verklaring voor de oorsprong van het leven op aarde in de scheikunde vinden? Waar komt de genetische informatie in levende organismen vandaan? Totdat evolutionisten op de proppen komen met echte antwoorden op deze fundamentele vragen, zou de Darwinistische evolutieleer moeten worden onderwezen in de filosofieles waar ze thuishoort, niet in de biologieboeken waarin ze tragisch genoeg is ingegraven.

Waar is het bewijs?


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen